TEDS
Taal en denkstimulering in de kleuterbouw
De uitkomsten van de Peiling mondelinge Taalvaardigheid PO (Inspectie van het onderwijs 2025) liegen er niet om. De trend – dalende leerlingprestaties – zet onverminderd door. De rapportage leest als een oproep aan het onderwijs: ‘Maak werk van mondelinge taalvaardigheid’. Wij voegen daaraan toe: ‘En begin bij de kleuters, start met TEDS’!
Foto: Carla Kogelman, www.debeeldunie.nl
‘Taalstimulering kan beter, minder de algemene omgang met kleuters’.
Mondelinge taal – luisteren, spreken, gesprekken voeren – is een bepalende vaardigheid voor kleuters. De mondelinge taalvaardigheid van een kind aan het begin van de basisschool is de beste voorspeller van zijn latere leesprestaties, tot in het voortgezet onderwijs (Suggate et al., 2018). Tegen die achtergrond zijn de uitkomsten van de Peiling mondelinge Taalvaardigheid zorgwekkend. Niet alleen de leerlingprestaties dalen, maar ook de onderwijskwaliteit staat ter discussie. Scholen doen wel aan mondelinge taal, maar doen dat niet systematisch. De TEDS-methodiek geeft onderbouwleerkrachten de structuur om hun onderwijs in mondelinge taal systematisch vorm te geven.
In de kern ondersteunt TEDS kleuterleerkrachten om rijkere taal, dieper denken en een dieper verhaalbegrip te bevorderen bij jonge kinderen. Leerkrachten gaan méér gesprekken voeren met kleuters, van hogere kwaliteit. Dat is een belangrijk aandachtspunt voor de Inspectie van het Onderwijs: ‘Het is vooral de gerichte taalstimulering die beter kan, minder de algemene omgang met kinderen’ (Kwaliteit van de Vroegschoolse Educatie, 2024, Inspectie Onderwijs).
Kinderen aan het woord
In TEDS-kleutergroepen wordt véél gepraat. Maar niet alleen door de leerkracht. Het zijn juist de kinderen die aan het woord komen, daartoe aangespoord door de volwassene. Die stelt vragen, luistert naar de reacties van kleuters, reageert en vraagt door, geeft feedback en stelt antwoorden ter discussie. Dat zijn complexe vaardigheden, die niet iedereen zomaar beheerst. Het trainingsprogramma van TEDS gaat in op die vaardigheden. Deelnemers worden getraind om zinvolle gesprekken met te voeren, gesprekken die de taal en het denken van kleuters stimuleren. Die gesprekken worden gevoerd naar aanleiding van verhalen uit prentenboeken. De gedachtenuitwisseling is geen woordenschatles over het boek, eerder een discussie over het motief van de hoofdpersoon of een onverwachte wending in het verhaal. Dit type gesprekken is bevorderlijk voor de taalontwikkeling van leerlingen (Hiddink, 2019; Van der Veen, 2017).
Prompts ondersteunen de gesprekken
Het is niet eenvoudig om een TEDS-gesprek te leiden. Om dat te vergemakkelijken zijn ‘prompts’ opgenomen in de prentenboeken die worden aangeboden. Dat zijn aanwijzingen voor leerkrachten, die ze kunnen gebruiken om de kwaliteit van de interactie in hun groep te versterken. Het gaat bijvoorbeeld om goede startvragen, of dilemma’s, die kleuters stimuleren om dieper na te denken. Onderzoek laat zien dat het gebruik van prompts tijdens het voorlezen het verhaalbegrip en de narratieve vaardigheden van kleuters verbetert (van Van Kleeck, Van der Woude en Hammett (2006). De prompts van TEDS zijn ontwikkeld in samenwerking met prof. Jeanet Bus.
Structuur
In de TEDS methodiek worden prentenboeken – Balotje op vakantie is er één van – ten minste vijf keer voorgelezen en besproken. De eerste keer wordt het verhaal geïntroduceerd, in de keren daarna kan steeds dieper worden ingegaan op het begrip van het verhaal. Tijdens een periode van drie weken, staat het TEDS boek centraal. De TEDS-voorleescylus stroomlijnt de opeenvolgende voorleesmomenten en ‘dwingt’ scholen om voorlezen en mondelinge taal systematisch op de agenda te houden en doelgericht te onderwijzen.

Differentiatie
De voorleescyclus van TEDS dient nog een ander doel. Die structureert de differentiatie in de kleutergroep. Het uitgangspunt is dat taalzwakke leerlingen een boek vaker voorlezen. Fase 0 uit de cyclus (pre-teaching) is bedoeld voor die groep kinderen, de anderen slaan die fase over. De taalzwakke groep krijgt bovendien de beschikking over de digitale versie van het prentenboek. Dat ontlast de leerkracht, omdat kleuters de digitale boeken zelfstandig kunnen bekijken. Taalzwakke leerlingen hebben er baat bij om het boek zo vaak mogelijk te lezen. Op die manier wordt de differentiatie doelgericht uitgevoerd.
Good to know: digitale prentenboeken hebben positieve effecten op de taalontwikkeling van kleuters. Dat komt omdat multimedia zoals gesproken tekst en animatie het verhaal ondersteunen (Bus Takacs & Kegel, 2015). De leerkrachten maken in de les gebruik van het papieren boek.
Praktisch
Scholen die deelnemen aan TEDS krijgen de beschikking over de TEDS boeken met prompts, de digitale prentenboeken van Bereslim en over LanguageScreen. Met dat instrument kan in heel korte tijd de taalontwikkeling van kleuters betrouwbaar worden vastgesteld. De kleuterleerkrachten volgen het TEDS trainingsprogramma. Dat bestaat uit drie of vier bijeenkomsten. Bovendien worden coaches ingezet, die komen ondersteunen bij de uitvoering in de groepen.
TEDS is een whole class approach, die goed kan worden uitgevoerd in combinatie met het tutorprogramma NELI.
Onderzoek
Wat gebeurt er als je tijdens het voorlezen niet méér vragen stelt, maar betere vragen?
In 2025 is TEDS voor het eerst in de praktijk onderzocht. Vier kleuterleerkrachten gingen aan de slag met de voorleescyclus en kregen training en coaching in het voeren van gesprekken over verhalen. Daarbij ligt de aandacht op de kern van het verhaal: wat gebeurt er, waarom gebeurt het en wat denken en voelen de personages?
De eerste resultaten zijn veelbelovend. Leerkrachten kregen meer aandacht voor de kern van het verhaal en wisten kinderen beter aan het denken te zetten. Ook waren er aanwijzingen dat kinderen de verhalen daardoor beter begrepen.
Zie Onderzoeksverslag Pilotstudies TEDS, 2025
De uitkomsten geven voldoende aanleiding om TEDS verder te ontwikkelen en op grotere schaal te onderzoeken. In 2025-2026 deden 8 scholen mee aan vervolgonderzoek.